HomeVisie en begeleidingOpleidingeneShopFoto gallerijArtikelenDeutschEnglisch
Piet Schipper, Sportbegeleiding
Begeleiding - Training - Organisatie
IJs in Haarlem
Weissensee - Voorbereidingen
Energetisch Stretchen
Eénmaal 125% inzet en verloren voor tosport?
Algemeen
Schaatsen
Basketbal
Voeding
Training
Eénmaal 125% inzet en verloren voor tosport?

Bais voor het artikel dat is verschenen in Marathon Magazine van mei 2005 naar aanleiding van een vraag gesteld door Philip Detmar

Hij stelde mij de volgende vraag: het volgende houdt mij al geruime tijd bezig.

Bij  het langebaanschaatsen kunnen we regelmatig genieten van toprijders, die op grote toernooien – Europese en wereldkampioenschappen en Olympische Spelen etc - een uitzonderlijke prestatie leveren. Om dat te realiseren, gaan zij vaak tot op de bodem van hun krachten en soms nog dieper. Dat is mijn conclusie als ik zie hoe zij de finish passeren; met het snot uit de neus, grote slierten kwijl over hun gezicht en nauwelijks meer op de schaatsen kunnen staan. Zij hebben in mijn ogen 120% of meer van hun krachten gevergd voor het ultieme doel.

In een later stadium zie je hen daar vrijwel nooit meer in de buurt komen; wellicht wel de tijden rijden maar echt winnen is er op een uitzondering na niet meer bij. In de autotechniek zou men zeggen: ze hebben de motor opgeblazen, die later niet goed gereviseerd. Zit daar een kern van waarheid in of zijn mijn gedachten onjuist?

En weet je hoe dat met het marathonschaatsen zit?

Hierbij mijn reactie

Interessante vraag. Alleen een antwoord is niet zo gemakkelijk te geven. Er zijn nogal wat factoren die zo’n prestatie bepalen. Toch zal ik een poging wagen.

Mijn antwoord begint met een tweetal vragen:

  1. Is herhaling van de prestatie nadien inderdaad niet meer gehaald?
  2. 90% of 120% van wat?

 

Antwoord op vraag 1.

De grenzen zijn inmiddels verlegd. Grenzen verleggen komt maar zelden voor.  Er zijn nogal wat factoren die een rol spelen in het leveren van zo’n uitzonderlijke prestatie. Een goed antwoord vereist dat er vanuit verschillende disciplines naar gekeken wordt. Daarom ik ook een aantal andere deskundigen geraadpleegd om te komen tot een antwoord. Zie hiervoor de reacties van Sytsche Spijkervet en Martijn Carol.

Antwoord op vraag 2.

Een niveau van 90% van een zeer intensieve prestatie waarbij de absolute maximale polsfrequentie wordt gehaald kan evenveel zijn als 120 % van het niveau waarop een duurprestatie geleverd wordt. Dat wordt mede veroorzaakt doordat. een marathonschaatser voor een groot gedeelte gebruik maakt van een andere energieleveringsysteem dan een 1500 meter schaatser. De inspanning van een 1500 meter of 10.000 meterschaatser is relatief kort. Een marathon daarentegen duurt veel langer. Je kunt zeggen dat een langebaanrijder een relatief hoge inspanning in korte tijd moet leveren. Een marathonschaatser een iets lagere inspanning in een veel langere tijd.

Algemeen

Voor het leveren van een absolute  “top”prestatie moeten wel een aantal zaken op hetzelfde moment precies in elkaar vallen.

-          Het belang van de wedstrijd is vaak zeer  “groot”. Olympische spelen, WK of de elfstedentocht.

-          Een grote inzet van je eigen psycho-emotionele vermogen is noodzakelijk. Daarvoor is het wenselijk dat je deze psycho-emotionele situatie herkent en er mee om kunt gaan.

-          Een optimale fysiek en mentaal niveau is noodzakelijk. Dit niveau wordt vaak zeer zorgvuldig over een zeer lange tijd opgebouwd. Daardoor is de sporter erg gefocust op de prestatie. Mijn stelling is dat je dit kun je maar een enkele keer per seizoen / carrière kunt doen.

-          Een sporter moet volledig in balans zijn en over voldoende fysieke en mentale energie (reserves) beschikken.

 

Aanvulling over intensiteit schaatsen.

Om een beetje te kunnen begrijpen wat het verschil in intensiteit betekent een korte uitleg over de energielevering en de intensiteit van schaatsen.

Þ     Een 1500 meter rijder maakt gebruik maakt van een relatief snelle energieopbouw en een hoog biomechanisch vermogen. Het leveren van dat hoge vermogen is alleen mogelijk door een grote inzet van o.a. kracht en snelheid. Een inspanning kan echter maar kort worden volgehouden.  Een marathonschaatser maakt gebruik van een langzamere opbouw van energie en rijdt met een lager biomechanisch vermogen. Een marathonschaatser rijdt dus met minder krachtsinzet en een lagere snelheid lang door. Vergelijkingen van b.v. 120% prestaties zijn dan ook zeer lastig. Wel durf ik te stellen dat een marathonschaatser wel degelijk in een inspanning kan leveren die je op 120% zou kunnen stellen. Kijk eens naar de finish van een zware 200km. Je ziet daar schaatsers totaal kapot over de finish komen. Voor het leveren van zo’n grote inspanning moet je wel erg diep gaan. Ik denk dat je deze inspanning ook op 120% zou kunnen stellen.

 

q       Rol van het herstel

Om van zo’n grote inspanning te herstellen is een goed en langdurig “reparatie” programma nodig dat zal moeten bestaan uit minimaal de volgende onderdelen:

-          Voldoende en rustige terugwinning van energie. Juiste voeding en uitgebreide regeneratieve maatregelen zijn daarbij zeer gewenst.

-          Medische en paramedische maatregelen om de fysieke en mentale beschadigingen te herstellen zijn noodzakelijk.

Daar ligt volgens mij ook een antwoord op je vraag over het opblazen van de motor. Er zijn vaak niet voldoende maatregelen en onvoldoende tijd genomen om totaal te regenereren. Daarnaast is het belangrijk om direct met de regeneratie te beginnen. Vaak is in een in de vraag genoemde situatie geen tijd of energie om direct met de regeneratie te beginnen. Daarmee is dan belangrijke tijd verloren gegaan.  Ook is het denkbaar dat “men” niet goed weet hoe om te gaan met dergelijke situaties. Ze komen immers niet zo vaak voor.

Daarbij is een totale fysieke en emotionele regeneratie een vak apart. Daarbij is het inschakelen van deskundige specialisten, m.i. zeer gewenst. Dit gebeurt te weinig.


Piet Schipper

 


Home|Visie en begeleiding|Opleidingen|eShop|Foto gallerij|Artikelen|Deutsch|Englisch