HomeVisie en begeleidingOpleidingeneShopFoto gallerijArtikelenDeutschEnglisch
Piet Schipper, Sportbegeleiding
Begeleiding - Training - Organisatie
Cursus schaatstechniek en analyse
Sanza workshop
KNSB
Boek 'Efficiënt Trainen, Hard Schaatsen
Boek 'Efficiënt Trainen, Hard Schaatsen

Voorwoord door Brigt Rykkje
Hoe kan een schaatser beter worden? Hoe kan een schaatser het beste uit zichzelf halen? En hoe moeten deze doelen bereikt worden zonder dat de sporter overtraind raakt? Deze vragen zijn aan de orde tijdens de voorbereidingen op een nieuw schaatsseizoen.

De schrijver van dit boek richt zich het ene moment tot de sporter, een ander moment tot de trainer; een juiste benadering, vind ik. De trainer beslist welke trainingsarbeid er gedaan wordt. Die trainingsarbeid echter, moet verricht worden door de sporter.

Dat maakt een uitgekiende samenwerking tussen sporter en trainer noodzakelijk. Want niet alleen de trainer, maar ook de sporter moet weten waarom bepaalde trainingen belangrijk zijn. De motivatie van de sporter wordt daardoor verhoogd.

Het zal niet voor niets zijn, dat de auteur van dit boek, Piet Schipper,  mij vroeg om het voorwoord voor dit boek te schrijven. Door de jaren heen heb ik veel kennis vergaard. Ik heb in verschillende professionele ploegen getraind. Meestal was dat met Nederlanders, maar ook Amerikanen en Noren hebben bijgedragen aan het opvullen van mijn vergaarbak met gegevens. Inmiddels ben ik al weer vijf jaar mijn eigen trainer. En elke keer tijdens de voorbereidingen op een nieuw schaatsseizoen bepaal ik als eerste: is mijn conditie voldoende?

Conditietraining vormt een essentieel onderdeel in de voorbereiding op het wedstrijdseizoen. Een goede conditie is een voorwaarde om goed te kunnen presteren. Het mooie is, dat een uitstekende fysieke gesteldheid een directe en positieve invloed heeft op de schaatstechniek en de mentale gesteldheid van een sporter. Deze twee laatstgenoemde zaken zijn trainbaar, maar lang niet zo goed als de fysieke conditie te trainen is. Fysiologisch gezien zijn er veel keuzemogelijkheden. En juist die vele mogelijkheden maken het tot een uitgebreid vakgebied.

 Opmerking van Brigt: Piet heeft geprobeerd de mogelijkheden en onmogelijkheden op dit vlak duidelijk te maken. Er zijn tenslotte veel valkuilen en hindernissen. Met dit boek krijgt u een wegwijzer in handen, die veel van uw vragen zal beantwoorden. Met de kennis die u opdoet in dit boek kunt u aan de slag en hopelijk zult u er in de toekomst veel plezier aan beleven op het ijs.

 Hoofdstuk 12. Trainen voor verschillende afstanden
1.  De korte en korte middenafstanden: 500, 1000 en 1500 meter.
Alle drie de afstanden worden met een hoge intensiteit en snelheid gereden. Het moment waarop de hoogste snelheid bereikt wordt en hoelang deze moet worden volgehouden, is verschillend. Een prestatie op deze afstanden is afhankelijk van kracht, snelheid, lenigheid en specifiek (kort) uithoudingsvermogen. Hou daar rekening mee in de trainingen. Voor een slag is weinig tijd (meestal minder dan een seconde) beschikbaar. Dit is vanaf de kant en op TV vrijwel niet te herkennen. Het ziet er uit alsof er veel meer tijd voor een slag beschikbaar is.

Energetische belasting van de korte afstanden. Aangezien de afstanden relatief kort zijn zal er met name gebruik gemaakt worden van de energieleverende systemen die een hoge snelheid en een hoog vermogen mogelijk maken:
·     Anaëroob a-lactisch. Dit systeem wordt aangesproken in het begin van de race om zo snel mogelijk van nul meter per seconde naar een zo hoog mogelijke snelheid te accelereren. Zal via bijvoorbeeld starttrainingen en korte intensieve belastingen veelvuldig getraind moeten worden.
·     Anaëroob lactisch. Is van belang bij het leveren van een hoog vermogen gedurende de tijd die nodig is om de race te voltooien. Er zal tijdens een race een grote hoeveelheid lactaat in het bloed komen.  Lactaatacceptatie zal getraind moeten worden.
·    Aëroob. Voor een goede zuurstofvoorziening in de cel tijdens de inspanningen, maar vooral voor een goed herstel, is het wenselijk dat er in het niveau aëroob 1 getraind wordt. Wel oppassen dat training in aëroob 1 niet omslaat in een trainingsaanpassing in dit gebied. Alhoewel er trainers zijn die vinden dat er ook in het gebied van aëroob 3 getraind zou moeten worden zijn wij daarvan geen voorstander. Het zou processen, die de prestatie bepalen, negatief kunnen beïnvloeden.

Kracht en snelheid. Daar er bij deze afstanden een hoog vermogen gevraagd wordt is het van groot belang dat de krachtsinzet hoog is. Naast dat de krachtsinzet hoog is, is ook de bewegingssnelheid (ritme = aantal slagen per tijdseenheid) erg hoog. Coördinatie hiervan verlangt een fijne afstemming. Training is in dit gebied voor de korte afstanden zeer gewenst.





Home|Visie en begeleiding|Opleidingen|eShop|Foto gallerij|Artikelen|Deutsch|Englisch